Stel je voor: het is hartje winter. De tuin ligt er wat kaal bij, de fruitbomen hebben hun blad verloren en de moestuinbakken wachten op het voorjaar.
▶Inhoudsopgave
Toch is er volop leven te vinden, zelfs als de vorst over de grond kruipt. In de randen van je voedselbos, tussen de uitgedroogde grassen en op beschutte plekken, schuilt een groene krachtpatser: vogelmuur. Dit kleine, sterretjesvormige kruid is een onmisbare vitaminebom in de kouste maanden. Het is de levende bewijst dat de natuur altijd wel iets te bieden heeft, zelfs als het even tegen zit.
Vogelmuur in beeld
Vogelmuur, of Stellaria media zoals de wetenschappelijke naam luidt, is een echte doorzetter. Je vindt hem overal.
In je permacultuur-tuin, in de border van je bomen of gewoon tussen de tegels. De plant blijft laag bij de grond, meestal tussen de 5 en 40 centimeter, en vormt een soort matten over de grond. Z'n bladeren zijn klein en eivormig, en zitten paarsgewijs aan de stengel.
Het echte herkenningsteken zijn de bloemetjes. Ze zien eruit als minuscule witte sterren.
Ze hebben vijf diep ingesneden kroonbladen. Soms lijkt het alsof het tien bloemblaadjes zijn, maar dat zijn er vijf die diep gespleten zijn. Je kunt deze bloemetjes bijna het hele jaar door zien, maar in de winter en het vroege voorjaar zijn ze een welkome verschijning.
De plant houdt van zon tot licht beschaduwde plekken en is in Nederland echt een vaste gast in de natuurlijke tuin. Wat vogelmuur zo bijzonder maakt in een voedselbos is z'n vermogen om bodemdekking te bieden.
Het is een lage groenbemester die de grond beschermt tegen erosie en uitdroging.
Tegelijkertijd haalt het voedingsstoffen naar boven en maakt die beschikbaar voor andere planten. Het is dus niet alleen een voedselbron voor jou, maar ook een werkpaard voor de gezondheid van je tuinecosysteem.
Medicinaal gebruik van vogelmuur
Waarom is vogelmuur nu zo'n krachtpatser? Het zit bomvol goede stoffen.
Denk aan vitamine A en C, maar ook aan mineralen als magnesium, ijzer en kalium. Daarnaast bevat het kiezelzuur (silicium), wat goed is voor je bindweefsel, huid, haar en nagels. Je kunt stellen dat een handvol vogelmuur in de winter een flinke boost geeft aan je weerstand.
Vooral de vitamine C is in de koude maanden een welkome aanvulling.
Er is meer. Vogelmuur bevat saponinen, hars, gom en organisch zout. In de fytotherapie (plantengeneeskunde) staat vogelmuur bekend als een zacht bloedreinigend en vochtafdrijvend middel.
Omdat het rijk is aan mineralen, kan het helpen bij herstel na ziekte. In de volksmond werd het vroeger wel gebruikt als 'bloedzuiverend kruid'.
Een leuk weetje voor in de tuin of bij het koken: vogelmuur kan ook helpen tegen jeuk.
Wrijf simpelweg een vers, saprijk blaadje of stengeltje over een muggenbult of plekje waar je net aan hebt gezeten. De plant heeft een milde, verkoelende werking op de huid. Dit is een praktische eigenschap die goed past bij het 'bos-eten' waar we in de permacultuur zo van houden: alles uit de plant benutten.
Culinair gebruik van vogelmuur
De smaak van vogelmuur is mild, fris en licht sappig. Het doet een beetje denken aan jonge bladsprietjes of verse snijboon, maar dan net iets fijner.
Omdat het zo zacht van smaak is, kun je het bijna overal doorheen doen zonder dat het overheerst. Dit maakt het tot een perfecte toevoeging in de keuken, zowel rauw als kort verhit.
Gebruik vogelmuur rauw voor maximale vitamine C. Het is heerlijk in een frisse winterse salade met bijvoorbeeld boerenkool, walnoten en een appeltje. Of strooi het over je boterham met kaas. Ook in soep is het een aanrader.
Voeg het pas tegen het einde van de kooktijd toe, zodat de vitaminen en de smaak behouden blijven.
Te lang koken maakt het slappe en draadachtige troep, en dat wil je niet. Denk ook aan vogelmuur als je aan het experimenteren bent met je eigen voedselbos-oogst. Combineer het met andere wilde kruiden zoals hondsdraf of veldkers.
Samen vormen ze een smaakexplosie van het vroege voorjaar. Het is de smaak van de tuin, zonder dat je er veel moeite voor hoeft te doen. Voeg ook eens heerlijke bosaardbeien toe; gewoon even de tuin in en plukken.
Oogsten van vogelmuur
Het oogsten van vogelmuur is het hele jaar mogelijk, maar de beste momenten zijn de lente en de herfst. In de lente schiet de plant uit en is hij jong en mals.
In de herfst, na de zomer, vormt hij opnieuw frisse scheuten. In de winter groeit hij langzaam door, vooral op beschutte, zonnige plekken, vaak in de buurt van de koning van de bosgrond. Dit is precies wat hem zo waardevol maakt voor de winterse keuken.
Pluk de bovenste 10 tot 15 centimeter van de plant. Dit zijn de jongste delen en bevatten de meeste voedingsstoffen.
Bij oudere planten kun je de wat hardere, onderste stengels het beste verwijderen. Deze zijn vaak draderig en kunnen de textuur van je gerecht bederven. Neem een schaar of je vingers en knip de plantjes net boven een bladknoop af.
Zo stimuleer je de plant om weer uit te lopen. Als je vogelmuur oogst, let dan op dat je niet per ongeluk andere, minder lekkere planten meepakt.
Ken je de plant goed. De typische witte sterretjesbloemetjes en de tegenoverstaande eivormige blaadjes zijn je houvast.
Pluk op schone plekken, ver van drukke wegen of plekken waar honden lopen. In een eigen voedselbos is het natuurlijk ideaal: daar weet je zeker dat het schoon is, zeker als je kiest voor de beste bodembedekkers voor een onderhoudsarm voedselbos.
Recepten met vogelmuur
Hieronder vind je een paar simpele ideeën om direct mee aan de slag te gaan. Vergeet niet dat vogelmuur een teamspeler is. Het werkt het best in combinatie met andere kruiden of ingrediënten.
Deze kruiden zijn nu in het seizoen
Naast vogelmuur kun je in de winter en het vroege voorjaar ook andere vitaminebommen vinden. Kijk uit naar:
- Bittere veldkers: Net als vogelmuur een ster in vitamine C. Heeft een pittige, peperachtige smaak. Lekker door de soep.
- Hondsdraf: Herkenbaar aan de klimmende stengel. Zit ook vol vitamine C en kalium. Een goede maat voor in een wilde groene smoothie.
- Smalle weegbree: De bladeren liggen plat op de grond. Bevat kalium en kiezelzuur. Te gebruiken als spinazie-achtige groente.
- Brandnetel (zaden): De zaden van de brandnetel zijn nu rijp. Ze zijn supergezond (vitamine A, B, C, E, calcium, kalium, ijzer) en kun je drogen over je eten strooien. De jonge blaadjes van de brandnetel zijn overigens ook in het vroege voorjaar al te plukken.
Recept 1: Wilde Winterse Groene Smeersel
Dit is een klassieker uit de permacultuur-keuken. Het is simpel, voedzaam en je maakt het in een vlaag.
Wat heb je nodig? How to: Een opkikkertje voor als je je wat futloos voelt.
- Een flinke hand vogelmuur (ongeveer 50 gram, ontdaan van de wat hardere stengels)
- Een handje jonge brandneteltoppen (als je die hebt, voor de extra power)
- 1 teen knoflook
- 100 gram zachte kaas (bijvoorbeeld roomkaas of geitenkaas)
- Een scheut olijfolie
- Peper en zout
- Eventueel: wat citroensap
Gebruik geen bouillonblokjes, maar een zelfgetrokken bouillon van kippenpoten of groente-afval voor de echte diepe smaak.
- Was de kruiden grondig in koud water.
- Snijd de kruiden grof en doe ze in een staafmixer of keukenmachine.
- Doe de kaat, de knoflook en de olie erbij. Blend het tot een smeuïge massa.
- Proef. Voeg peper, zout en eventueel citroensap toe om de smaak wat meer te liften.
- Smeer het op een crackertje, een geroosterde boterham of gebruik het als dip voor rauwe wortels uit de tuin.
Recept 2: Snelle Vogelmuur-Soep
How to:
- Verwarm een liter bouillon in een pan.
- Snijd een ui en een teen knoflook fijn en fruit ze zachtjes in een pan met een klontje boter.
- Voeg de bouillon toe en breng aan de kook.
- Kook een handje vol (volkoren) pasta of linzen in de soep gaar.
- Haal de pan van het vuur. Voeg nu een flinke hand gewassen vogelmuur toe. Roer even door. De hitte van de soep is voldoende om de kruiden zacht te maken zonder dat ze hun vitamines verliezen.
- Serveer direct met een scheut olijfolie en wat geraspte kaas.
Praktische tips voor de voedselbos-tuinder
Vogelmuur is geen last, het is een geschenk. Zie het niet als onkruid dat je met wortel en tak moet uitroeien.
Integreer het in je systeem. Laat het groeien in de schaduw van je fruitbomen of in de randen van je hogere planten.
Het zorgt voor een levende bodem en geeft jou een extra oogst zonder dat je er een vierkante meter extra voor nodig hebt. Wil je niet dat het overal groeit? Oogst het dan actief. Door regelmatig te plukken, hou je de groei in toom en zorg je voor jonge, malse scheuten.
Je kunt de geoogste plantjes eventueel invriezen voor later gebruik in soepen, al gaat de structuur dan wel verloren.
Rauw is en blijft het allerlekkerst. Probeer eens wat uit. Vogelmuur is de vriend van de luie tuinier en de avontuurlijke kok.
Het is het bewijs dat je tuin je het hele jaar door kan voeden, als je maar weet waar je moet kijken. Dus, de volgende keer dat je in de winter door de tuin loopt, buig je even door je knieën en kijk je goed. Daar ligt je vitamineboost voor het grijpen.