Dieren en Biodiversiteit

Hoe creëer je een ecologische verbinding met naburige tuinen?

Eva van der Linden Eva van der Linden
· · 10 min leestijd

Stel je voor: je tuin is geen eiland meer. Je fruitbomen praten met die van je buurman, je heg is een snelweg voor egels en je bloemenzee trekt hommels aan die net bij de buren zijn geweest.

Inhoudsopgave
  1. Waarom ecologisch verbinden?
  2. 18 tips voor een duurzame tuin
  3. Ecologisch verbinden met faunavoorzieningen
  4. Stap-voor-stap: Jouw tuin openen
  5. Verificatie-checklist

Dit is geen droom; het is een ecologische verbinding. Je tuin wordt een schakel in een groter netwerk van leven. En ja, je kunt dit vandaag nog beginnen, zonder dat je een expert hoeft te zijn.

Waarom zou je dit doen? Omdat een gesloten tuin een doodlopende weg is.

Voor insecten, vogels en kleine zoogdieren is een schutting een muur. Door verbindingen te maken, geef je ze eten, schuilplaatsen en een veilige route.

Jouw tuin wordt vitaler, gezonder en een stuk leuker om naar te kijken. Je helpt de natuur in je eigen wijk, zonder dat je meteen een heel bos hoeft aan te leggen.

Waarom ecologisch verbinden?

Een tuin op zichzelf is leuk, maar een tuin die deel uitmaakt van een netwerk is krachtig. Denk aan een corridor. Dit is een groene verbinding tussen gebieden.

Onderzoek toont aan dat een corridor van minimaal 10 meter breed nodig is voor kleine zoogdieren en vogels om deze daadwerkelijk te gebruiken.

Effectiever is een breedte van 30 tot 50 meter. Een smalle strook van 5 meter helpt vaak niet; dieren voelen zich niet veilig en blijven weg.

Dat is een veelgemaakte fout. Het gaat niet alleen om stukken groen tussen gebieden in. Soms zijn 'stepping stones' nodig.

Dit zijn losse plekken habitat, zoals een bloemenveld of een groen dak.

Voor vliegende insecten, zoals bijen en hommels, mag de afstand tussen deze stapstenen maximaal 500 meter zijn. Ligt het volgende groene plek verder weg? Dan halen ze het niet. Je tuin kan zo'n cruciale stapsteen zijn.

Infrastructuur is een enorme barrière. Een drukke weg of een spoorlijn snijdt natuurgebieden doormidden.

Overheden bouwen ecoducten en wildtunnels om dit te verhelpen. Deze verbinden leefgebieden onder en over wegen heen.

Jouw tuin kan aansluiten op zo'n netwerk. Misschien ligt er een wildtunnel vlakbij en kan jouw tuin dienen als de eerste veilige stop voor een das of ree. Je bent dus onderdeel van een groter, landelijk plan.

18 tips voor een duurzame tuin

Hieronder vind je concrete stappen om je tuin te openen voor de natuur.

  1. Maai minder vaak: Maai je gras eens per maand in plaats van wekelijks. Dit bespaart brandstof en tijd, maar belangrijker: insecten zoals bijen en hommels vinden beschutting en voedsel in de bloeiende grassen en kruiden.
  2. Plant inheemse soorten: Kies planten die van nature in dit gebied thuishoren. Denk aan wilde margriet, vroegeling of inheemse fruitbomen zoals wilde peer. Deze zijn het beste voor lokale insecten en vogels.
  3. Combineer lagen (voedselbos-techniek): Een ecologisch systeem heeft laagjes. Combineer bomen (bovenlaag), struiken (middenlaag) en kruiden (onderlaag). Dit biedt schuilplaats en voedsel voor allerlei soorten, van vogels tot grondinsecten.
  4. Laagjes in je border: Zorg voor 3 tot 5 lagen beplanting per vierkante meter. Dicht bij de grond is het vaak het beste verborgen leven.
  5. Maak een insectenhotel: Gebruik een stukje bamboo of dichte boorgaten in een stuk onbehandeld hout. Hang het op een zonnige plek op 1 tot 2 meter hoogte.
  6. Vijver of waterpartij: Een vijver van 1m2 is al genoeg. Zorg voor een schuine kant (max 1:10 helling) zodat dieren er makkelijk in en uit kunnen.
  7. Laat blad liggen: Blad in borders is gratis voeding en winterverblijf voor insecten en egels. Verzamel het alleen van het gazon.
  8. Stenen en takkenrillen: Maak een stapel takken of een hoop stenen. Dit is een paradijs voor spinnen, kevers en muizen.
  9. Gebruik geen gif: Onkruid is voedsel. Bladluizen worden opgegeten door lieveheersbeestjes. Stop met chemische bestrijdingsmiddelen.
  10. Voegwormen toe: Als je bodem arm is, help dan de wormen. Ze zorgen voor lucht en water in de grond. Je kunt ze kopen of compost toevoegen.
  11. Zaai bloemenvelden: In plaats van siergras, zaai je een eenjarig bloemenmengsel. Dit trekt direct enorm veel insecten aan.
  12. Maak een 'gaas' over je vijver: In het voorjaar vangen kikkers en salamanders zich soms in horrengaas. Gebruik fijn gaas of zorg dat ze eruit kunnen klimmen.
  13. Verminder tegels: Elke tegel die je verwijdert, is een plek waar water de grond in kan en wortels kunnen groeien. Doe dit in fases van 5 tegels per weekend.
  14. Hang nestkasten op: Voor mezen, mussen of vleermuizen. Zorg dat de opening niet op het westen staat (regen). Plaats ze op minimaal 2 meter hoogte.
  15. Gebruik RHP-keurmerk: Kies potgrond met RHP-keurmerk. Dit is turfvrij en beter voor het milieu. Zie de tip hieronder.
  16. Composteer: Maak je eigen composthoop. Blad, groente-afval en koffiedik worden waardevolle voeding voor je tuin.
  17. Vraag buren mee te doen: Een ecologische verbinding werkt alleen als er meerdere tuinen meedoen. Spreek je buren aan.
  18. Check subsidies: In Nederland zijn er subsidies voor bijenlandschappen. Kijk of je in aanmerking komt voor financiële steun.

Schutting of tuinhek

Pak er een paar op, of doe ze allemaal. Elk stapje helpt. Een schutting is vaak een barrière.

Een egel kan niet over een schutting van 2 meter heen klimmen. De oplossing is simpel: maak een gat. Zaag een gat van 15 cm doorsnede bij de grond. Dit is groot genoeg voor een egel, maar te klein voor een loslopende hond.

Heb je een hekwerk? Zorg dat de mazen breed genoeg zijn voor dieren, maar let ook op de veiligheid van je lokale fauna tegen katten.

Een andere makkelijke truc is het schuin plaatsen van een stoeptegel tegen de schutting. Leg er wat blad overheen. De egel kan hierover klimmen of eronder schuilen.

Zo maak je van een muur een doorgang. Let op: een egel heeft een veilige route nodig.

Als hij uit jouw tuin komt, moet hij direct naar de tuin van de buren kunnen.

Liever geen potgrond

Zorg dus dat de openingen in schuttingen bij buren ook op elkaar aansluiten. Maak een 'egelsnelweg' door struiken en blad. Veel tuincentrumpotgrond bestaat voor 70% tot 100% uit turf.

Turf wordt gewonnen uit hoogveen, een uniek en kwetsbaar natuurgebied. Door turf te gebruiken, vernietig je letterlijk natuurgebieden elders.

Dit wil je niet. Koop in plaats daarvan potgrond met een biologisch keurmerk of het RHP-keurmerk.

Dit garandeert dat de grond geen turf bevat, maar bijvoorbeeld compost of houtvezel. Het is vaak iets duurder (een zak van 40 liter kost rond de €8-€12 in plaats van €5), maar je bodemleven wordt er blij van en het milieu ook. Nog beter: maak je eigen potgrond door compost te mengen met zand.

Ecologisch verbinden met faunavoorzieningen

Naast je eigen tuin kun je ook zelf een takkenwal als kraamkamer voor biodiversiteit aanleggen. In Nederland worden daarnaast veel grotere faunavoorzieningen aangelegd.

Dit zijn specifieke bouwwerken die dienen als verbinding. Denk aan ecoducten (bruggen voor dieren over snelwegen) of duikers (buizen onder wegen door).

Deze voorzieningen zijn vaak onderdeel van een groter netwerk. Ze worden aangelegd om barrières te verminderen en de verkeersveiligheid te verhogen (minder aanrijdingen met wild). Jouw tuin kan fungeren als de 'halte' na zo'n tunnel.

Woon je in de buurt van zo'n constructie? Onderzoek dan hoe je de groeiende biodiversiteit in je project monitort.

Misschien kun jij de schakel worden die het natuurgebied aan het ecoduct koppelt. Er is landelijke kennis over dit onderwerp. Organisaties werken samen in een 'Community of Practice' (CoP). Dit is een netwerk van experts en enthousiastelingen die kennis delen.

Wat is de helpdesk voor Basiskwaliteit Natuur

Ook is er een Helpdesk Basiskwaliteit Natuur. Als je twijfelt over de inrichting van je tuin of hoe je kunt aansluiten op grotere projecten, kun je hier terecht voor advies.

De Helpdesk Basiskwaliteit Natuur is een centraal punt voor vragen over natuur in de openbare ruimte en particuliere terreinen. Ze adviseren over de inrichting van tuinen en gebieden om de biodiversiteit te verhogen. Denk aan vragen als: 'Welke beplanting past bij mijn grondsoort?' of 'Hoe maak ik een verbinding met het nabijgelegen bos?'.

Deze helpdesk is er niet voor de experts, maar juist voor beginners en geïnteresseerden. Ze kunnen je doorverwijzen naar lokale initiatieven of specifieke subsidieregelingen.

In Nederland zijn er regelmatig subsidies voor particulieren die hun tuin of erf natuurvriendelijker maken, specifiek voor het aanleggen van bijenlandschappen of landschapselementen. De helpdesk kan je vertellen of jij in aanmerking komt en hoe je de aanvraag doet.

Stap-voor-stap: Jouw tuin openen

Wil je nu echt beginnen? Volg dan dit stappenplan.

Dit is je handleiding om je tuin te transformeren tot een ecologische schakel. Wat heb je nodig?

  • Een schep en een hark.
  • Een boormachine of handzaag (voor de schutting).
  • Inheemse zaden of planten (bijvoorbeeld via 'Eetbaar Landschap' of lokale kwekers).
  • Een stuk gaas of een oude tegel.
  • Een zak RHP-gekeurde potgrond (indien nodig).
  • Ongeveer 4 tot 6 uur tijd voor de eerste grote sessie.

  1. Scan je tuin en de omgeving (30 minuten): Loop je tuin rond. Waar zitten schuttingen? Zit er een gat in? Kijk naar de tuinen van de buren. Zien die er groen uit of liggen ze vol beton? Identificeer de 'poorten' waar dieren eventueel kunnen binnenkomen.
  2. Maak de schutting 'leefbaar' (1 uur): Zaag een gat van 15 cm doorsnede bij de grond in elke schutting die je tuin scheidt van een groene buur. Zorg dat je aan beide kanten blad of struiken plaatst zodat het gat niet direct opvalt voor roofdieren, maar wel makkelijk te vinden is voor een egel. Veelgemaakte fout: het gat te hoog maken (boven de 5 cm van de grond).
  3. Verwijder tegels en open de bodem (1-2 uur): Verwijder 5 tot 10 tegels op een strategische plek, bijvoorbeeld langs een schutting of in een hoek. Leg ze op een stapel voor later (je kunt er een insectenhotel op bouwen). Vul het gat met tuinaarde of compost. Dit is de start van een 'stepping stone' voor insecten.
  4. Plant de lagen (2 uur): Koop 3 tot 5 planten die in de basislaag passen (bijvoorbeeld vroegeling of longkruid). Plant ze in de nieuwe border. Koop 2 struiken (zoals wilde roos) en plant die erachter. Als je ruimte hebt, plant een fruitboompje (bijvoorbeeld een peren- of appelboom, afhankelijk van je ruimte). Zorg dat je inheemse soorten koopt. Tip: Vraag bij de kweker specifiek om planten zonder bestrijdingsmiddelen.
  5. Creëer een stapsteen verderop (30 minuten): Als je tuin klein is, is één plek genoeg. Is je tuin groot of heb je een dakterras? Richt dan een tweede plek in. Hang een insectenhotel op (1e meter hoogte) en zet een pot met kruiden (bijvoorbeeld salie of tijm). Dit trekt wilde bijen.
  6. Zorg voor water (15 minuten): Zet een ondiep schaaltje water neer of graaf een mini-vijver. Zorg dat er een uitweg is (bijvoorbeeld een takje erin of een schuine kant). Vul het met regenwater.
  7. Spreek de buren (volgende week): Dit is de allerbelangrijkste stap. Vertel je buurman dat je egelvriendelijke gaten hebt gemaakt. Vraag of hij/zij ook een stoeptegel wil optillen of een plant wil neerzetten. Leg uit dat dit de tuin mooier maakt en insecten helpt.

Verificatie-checklist

Heb je het goed gedaan? Loop deze lijst na.

Als je 4 van de 6 punten kunt afvinken, ben je fantastisch bezig.

  • Corridor breedte: Is je groene strook minimaal 10 meter breed? (Nee? Probeer dan extra planten toe te voegen om de strook te verbreden).
  • Doorgangen: Zitten er gaten van 15 cm in de schutting of is er een opening van minimaal 10 cm breed bij de grond?
  • Grond: Heb je turfrijke potgrond vervangen door RHP-gekeurde grond of compost?
  • Beplanting: Heb je minimaal 3 lagen beplanting (bomen/struiken/kruiden) gecombineerd?
  • Water: Is er een waterbron beschikbaar (bakje of vijver)?
  • Connectie: Weet je wie je buren zijn en heb je gesproken over de plannen?

Eva van der Linden
Eva van der Linden
Voedselbos-ontwerper en ecologisch tuinierder

Eva ontwerpt al meer dan tien jaar voedselbossen en beheert een proefperceel in de Gelderse vallei. Ze beschrijft de planten en dieren die ze er daadwerkelijk aantreft, zonder poespas.

✓ Geverifieerd auteur ✓ Voedselbosbouw, permacultuur en wilde planten
Eva van der Linden
Eva van der Linden
Voedselbos-ontwerper en ecologisch tuinierder

Eva ontwerpt al meer dan tien jaar voedselbossen en beheert een proefperceel in de Gelderse vallei. Ze beschrijft de planten en dieren die ze er daadwerkelijk aantreft, zonder poespas.

Meer over Dieren en Biodiversiteit

Bekijk alle 50 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Hoe trek je meer vogels naar je voedselbos?
Lees verder →