Een gezonde bodem is de basis van alles. Voor je fruitbomen, je voedselbos of gewoon een gezonde moestuin.
▶Inhoudsopgave
Groenbemesters, of cover crops, zijn je geheime wapen. Ze zijn niet alleen 'tijdelijke groenbedekking'; ze zijn de motor van je bodemopbouw. In de opbouwfase van je permacultuur-systeem doen ze het zware werk voor je: ze breken verdichting, voeden het bodemleven en houden onkruid tegen. En het mooiste? Ze doen dit terwijl jij even niets doet, na de oogst of in het tussenseizoen.
Waarom een soortenrijke groenbemester?
Veel beginners grijpen naar één soort, zoals rogge. Dat is beter dan niets, maar je haalt er lang niet alles uit.
Stel je voor dat je een feestje geeft met alleen bitterballen. Het vult, maar het is niet compleet. Zo werkt dat ook in de bodem.
Een soortenrijk mengsel creëert een feestje voor het bodemleven. Onderzoek, zoals het 4-jarige project van PPS Groenbemesters, laat zien dat mengsels veel effectiever zijn dan enkelvoudige soorten.
De verschillende planten helpen elkaar. Je wisselt diepe wortels af met oppervlakkige, hogere planten met lagere. Dit zorgt voor een veel stabieler systeem. Dr.
Norman Gentsch van de Universiteit van Göttingen benadrukt dit. Hij stelt dat soortenrijke groenbemesters de hoogste stabiliteit van bodemaggregaten opleveren.
Waarom is dat belangrijk? Omdat die aggregaten de brokken aarde zijn die zorgen voor lucht- en waterdoorlatendheid. Zonder die structuur verdrinken je wortels of stikken ze.
De invloed van wortels op de bodemstructuur
Elke plant heeft een eigen wortelstrategie. Sommige gaan diep, anderen blijven bovenin.
Door ze te combineren, 'boor' je de bodem op een natuurlijke manier.
Je maakt de grond luchtig zonder dat je een schop hoeft te gebruiken. Dit is cruciaal in de opbouwfase, vooral als je grond wat harder is of een slechte structuur heeft. Neem Bladrammenas Deeptill TR.
Dit is een krachtpatser. Deze plant maakt een diepe, sterke penwortel die lichte bodemverdichting kan doorbreken.
Het is alsof je met een boor de grond in gaat. Die kanalen die de plant achterlaat, zorgen er later voor dat regenwater makkelijk wegzakt en de wortels van je fruitbomen dieper kunnen groeien. Het gaat niet alleen om het gat zelf. De wortels scheiden suikers en enzymen uit die het bodemleven voeden. Denk aan mycorrhizae-schimmels.
Deze schimmels vormen een netwerk dat water en voedingsstoffen voor je planten gaat halen.
Het CATCHY-project en DSV TerraLife®
Een soortenrijk mengsel stimuleert dit netwerk veel beter dan een monocultuur. Europese onderzoekers, zoals in het CATCHY-project in Duitsland, hebben dit tot op de bodem uitgezocht. Ze keken naar de opbrengstverhoging en bodemgezondheid.
De resultaten zijn duidelijk: mengsels werken. Een goed voorbeeld van een kant-en-klaar mengsel dat hierop inspeelt, is DSV TerraLife® SolaRigol.
Dit is specifiek ontwikkeld voor de ploegzool (de laag die net onder de ploegdiepte zit). Het bevat een mix van Bladrammenas, niger, zomerwikken, klaver en vlas. Dit is geen willekeurige mix.
De klaver bindt stikstof, de rammenas breekt aan, het vlas zorgt voor een fijn wortelnetwerk. Dit soort mengsels kun je kopen bij gespecialiseerde groothandels of tuincentra voor ongeveer €40,- tot €60,- per hectare, afhankelijk van de exacte samenstelling.
Voordelen van groenbemesters voor biodiversiteit
Een voedselbos draait om ecologie. Groenbemesters zijn de brandstof voor die ecologie.
Ze zorgen ervoor dat je tuin of boerderij minder afhankelijk wordt van chemische spuitmiddelen. Hoe? Door nuttige insecten aan te trekken. Veel groenbemesters bloeien.
Die bloemen zijn een paradijs voor bijen, hommels en andere bestuivers. Als je later je fruitbomen in bloei zet, zijn die beestjes al in de buurt.
Daarnaast jagen lieveheersbeestjes en gaasvliegen op bladluizen die in de bloeiende groenbemester leven.
Ze blijven hangen omdat er voedsel is. Het gaat ook om het tegenhouden van het verkeerde. Sommige planten werken als natuurlijke barrière. Phacelia, Japanse haver en gele mosterd onderdrukken onkruidgroei enorm. Ze groeien snel en bedekken de grond, waardoor er geen licht meer komt voor onkruidzaadjes.
Dit bespaart je een hoop gesjouw met schoffels. Een specifieke toepassing is het verminderen van afspoeling. Trifolium incarnatum (Incarnaatklaver) is hier goed in.
Als je een helling hebt of bang bent voor uitspoeling van voedingsstoffen, helpt deze klaver de grond vast te houden. Het water blijft langer in je systeem. De keuze hangt af van je doel.
Welke groenbemester kies je?
Is je bodem hard en verdicht? Voorkom bodemverdichting bij de aanleg door te kiezen voor een mengsel met veel diepwortelende soorten zoals rammenas.
Heb je last van veel onkruid? Ga voor snelle bodembedekkers als haver of mosterd. Voor een voedselbos of permacultuur-tuin is de keuze snel gemaakt: neem een zeer soortenrijk mengsel. Bescherm je bodem tegen uitdroging, want je wilt diversiteit.
Kijk op de zak naar de ingrediënten. Staan er granen (haver, rogge), vlinderbloemigen (klaver, wikken, erwt) en kruisbloemigen (mosterd, rammenas) in?
Dan zit je goed. De praktische tip: Zaai direct na de oogst. Wacht je tot later, dan is het te koud of heeft het onkruid al de overhand.
De bodem moet nog warm zijn. Zaai niet te diep; de meeste zaden willen alleen de grond in voor vocht.
Druk het aan met een rol of je voeten. Kosten? Voor een mengsel als TerraLife of vergelijkbare biologische mengsels betaal je vaak rond de €20,- tot €30,- voor een kilo, wat voldoende is voor een flinke tuin of volkstuin.
Praktische tips voor de opbouwfase
Het succes zit hem in de timing en de uitvoering. Hier een concreet stappenplan om je bodem te transformeren: Door deze aanpak bouw je organische stof op, verbeter je de waterhuishouding en begrijp je beter de relatie tussen bodemgezondheid en plantweerbaarheid. Je bodem gaat voor je werken, zonder dat jij er constant bovenop hoeft te zitten.
- Maai en vries in: Maai de groenbemester net voordat hij zaad gaat vormen (meestal in het voorjaar, of net voor de winter als je het wilt laten doorschieten). Je wilt de energie in de wortels houden, niet in zaad.
- Laat liggen of stop het onder: Je kunt de maaisel als mulch op de bodem leggen. Of, als je de bodem wilt verrijken, hak het fijn en stop het onder in de bovenste laag. Doe dit vooral niet te diep; je wilt zuurstof behouden.
- Combineer met bomen: In een voedselbos zaai je tussen de bomen. Zorg dat je de jonge boompjes vrijhoudt (bijv. door een cirkel van 50 cm rond de stam vrij te houden), maar de ruimte ertussen volgooi met groenbemesters.
- Gebruik mengsels: Herhaal het nog maar een keer: vermijd enkelvoudige gewassen. De interactie tussen soorten (zoals de onderlinge stikstofbinding en wortelstructuur) is de sleutel tot een veerkrachtige bodem.