Dieren en Biodiversiteit

Amfibieën in de voedselbosvijver: Kikkers, padden en salamanders

Eva van der Linden Eva van der Linden
· · 9 min leestijd

Een vijver in je voedselbos is zoveel meer dan alleen water. Het is een levend hart waar kikkers, padden en salamanders een veilig thuis vinden.

Inhoudsopgave
  1. Amfibieën helpen in je vijver of kelder
  2. Tips om je tuinvijver aantrekkelijker te maken voor amfibieën
  3. Wat met een kikker, pad of salamander in de kelder?
  4. Levenswijze amfibieën
  5. Padden, kikkers en salamanders in de vijver krijgen

Deze diertjes zorgen voor een natuurlijk evenwicht: ze vreten muggenlarven en andere plaaginsecten, en zijn een graadmeter voor de gezondheid van je tuin. Bovendien helpen ze je bomen en planten door ongewenste bezoekers op te eten.

Als je eenmaal weet hoe je ze moet verwelkomen, wordt je voedselbos een compleet ecosysteem. De eerste stap is begrijpen wat deze dieren nodig hebben. Ze zijn beschermd, dus je mag ze niet zomaar vangen en in je vijver zetten. Dat is zinloos en bovendien verboden.

De truc is om je vijver zo aantrekkelijk te maken dat ze vanzelf langskomen en besluiten te blijven.

Met een beetje planning en de juiste aanpak trek je niet alleen de algemene soorten aan, maar help je ook de minder voorkomende.

Amfibieën helpen in je vijver of kelder

Stel je voor: je loopt door je voedselbos en hoort het vrolijke gekwaak van een bruine kikker.

Of je ziet een gewone pad over je bladpad waggelen. Deze dieren zijn je stilste hulpjes. Ze jagen op slakken die je jonge fruitboompjes aanvallen en op muggen die je zomeravonden verpesten. Een amfibie in de tuin is een teken dat je bodem en water gezond zijn.

Je kunt ze actief helpen door hun leefruimte te verbeteren. Denk aan een vijver met de juiste diepte en plekken om te schuilen.

Zelfs een kelder kan een tijdelijke schuilplaats zijn, hoewel dat niet de bedoeling is.

Een pad dat per ongeluk in je kelder belandt, is verdwaald. Je kunt hem helpen door een stukje tuinslang naar buiten te leggen of een emmer met nat zand in de buurt te zetten. Ze kruipen daar vanzelf in om weer naar buiten te gaan.

Tips om je tuinvijver aantrekkelijker te maken voor amfibieën

De vorm en diepte van je vijver bepalen of amfibieën er blijven.

Een vijver van 100 tot 120 cm diep is voor de meeste soorten prima. Als je ruimte hebt, ga dan voor een diepte tot 160 cm.

Dat geeft ze voldoende bescherming tijdens strenge winters. Zorg dat de watertemperatuur voor de overwintering niet boven de 6°C komt. Een diepere vijver koelt langzamer af en biedt betere bescherming tegen vorst. De randen van je vijver mogen nooit steil zijn.

Maak een zachte helling van ongeveer 1 op 3. Zo kunnen de dieren makkelijk in en uit het water klimmen.

Leg een simpel plankje of een boomstam langs de rand. Dit dienst als een natuurlijk loopbruggetje. Kies voor een onregelmatige vorm met bochten en schiereilandjes.

  • Geen vissen: Goudvissen, koi of andere vissoorten eten de eitjes en larven van kikkers en salamanders op. Een visvrije vijver is een amfibie-paradijs.
  • Veel waterplanten: Voorzie voldoende onderwatervegetatie zoals waterranonkel of fonteinkruid. Daar kunnen ze eitjes op afzetten en schuilen.
  • Geen exoten: Vermijd uitheemse waterplanten. Ze overleven de winter vaak niet of verdringen inheemse soorten die juist belangrijk zijn.
  • Schuilplaatsen op land: Zorg voor houtmijten, boomstronken, gestapelde stenen of een composthoop in de buurt. Daar schuilen ze overdag en overwinteren ze.

Dat geeft extra plekken voor moerasplanten en insecten, wat weer voedsel is voor de amfibieën. Als je al vissen hebt, kun je een apart bakje of mini-vijver maken voor de kikkervisjes.

Zo zijn ze veilig totdat ze hun staart verliezen en het land op kruipen.

Een simpele emmer of een kleine vijverbak van 50 liter werkt perfect. Zet hem in de schaduw en vang er wat kikkerdril in op dat je elders in de sloot hebt gevonden. Zo help je de populatie een handje zonder de bestaande vissen te hinderen.

Wat met een kikker, pad of salamander in de kelder?

Als je een amfibie in je kelder vindt, is het dier waarschijnlijk op zoek naar een vochtige schuilplaats.

Padden zoeken graag vochtige, donkere plekken op om te overwinteren. Ze zijn niet van plan om daar te blijven.

Probeer ze niet te grijpen; ze zijn beschermde dieren. Bovendien scheidt hun huid een irritante stof af als ze zich bedreigd voelen. De beste manier is om ze zelf een weg naar buiten te laten vinden. Zorg voor een open deur of raam en leg een houten plank of een stuk tuinslang naar buiten toe.

Ze zullen vanzelf die kant op kruipen. Een bak met nat zand of bladeren in de buurt van de uitgang kan helpen.

Ze voelen zich aangetrokken tot het vochtige materiaal en zullen daar naartoe gaan om te schuilen, en vanuit daar verder trekken. Voorkom dat ze binnenkomen. Zorg dat kelderraampjes goed sluiten en dat kruipruimten afgesloten zijn.

Als je een vijver in de tuin hebt, zullen de meeste dieren daar blijven. Een kelder is een noodoplossing voor ze, geen permanente woning.

Gewone pad (Bufo bufo)

Een gezonde vijver met voldoende schuilplekken trekt ze aan en houdt ze op het terrein, waarbij je natuurlijke zelfredzaamheid in je voedselbos stimuleert.

De gewone pad is een van de eerste amfibieën die je in het voorjaar ziet. Ze zijn te herkennen aan hun plompe lichaam, wrattige huid en horizontale pupil. Ze leggen een sliertvormige dril, die ze om waterplanten winden.

De paaitijd begint vaak al in maart, zodra de temperatuur stijgt. Ze komen massaal vanuit het bos of de tuin naar de vijver toe.

De trek naar de vijver is een spektakel. Je ziet soms tientallen padden tegelijk oversteken.

Bruine kikker (Rana temporaria)

Zorg dat je vijver in de buurt ligt van hun schuilplaatsen, zoals een bladhoop of een bosrand. De larven (paddenbolletjes) ontwikkelen zich snel.

Na een paar weken verlaten ze het water als kleine padden. Zorg dat er geen vissen in de vijver zitten, want die lusten wel een paddenlarfje. De bruine kikker is de meest voorkomende kikker in Nederland en België. Ze zijn te herkennen aan hun bruine kleur met donkere vlekken en een duidelijke plooi achter het oog.

In tegenstelling tot de pad leggen ze een klompvormige dril. Deze klomp ziet eruit als een bol van koraal en wordt vaak in de ondiepe delen van de vijver afgezet.

De paaitijd loopt van maart tot in mei. Ze zijn minder kieskeurig dan padden wat betreft het water. Een kleine plas of een vijver in de schaduw is prima.

Groene kikker (Pelophylax)

De kikkervisjes zijn actief en eten algen en aas. Ze groeien snel en verlaten het water al na 6 tot 8 weken.

Een vijver met veel waterplanten en weinig stroming is ideaal voor hen.

De groene kikker, of liever de waterkikker, is een prachtige verschijning. Ze zijn groen of bruin van kleur en hebben een duidelijke plooi in de huid achter het oog. Ze paaien vanaf april.

Je hoort ze vaak luid kwaken, vooral in de vroege ochtend en avond. Het mannetje probeert met zijn geluid een vrouwtje te lokken.

Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris)

Deze kikkers houden van zon en warm water. Een vijver die wat meer in de zon ligt, met veel onderwaterplanten, is perfect.

Ze zijn goede zwemmers en jagen actief op insecten. Als je een vijver hebt met veel vegetatie, is de kans groot dat ze zich vanzelf vestigen.

Ze zijn vaak te zien op de bladeren van waterlelies of riet. De kleine watersalamander is de kleinste en meest algemene salamander in onze contreien. Ze zijn te herkennen aan hun slanke lichaam, staart met vinrand en een donkere streep over de rug. Ze paaien al vanaf half februari.

Het mannetje voert een mooie balts uit om het vrouwtje te verleiden.

De eitjes worden één voor één afgezet op de bladeren van onderwaterplanten. De larven blijven lang in het water, soms wel tot in het najaar. Ze zijn minder kieskeurig qua diepte, maar houden van helder, koel water.

Een vijver met veel structuur en schaduw is ideaal. Zorg dat je de vijver niet volledig schoonmaakt; de larven hebben de vegetatie nodig om in te schuilen.

Levenswijze amfibieën

Amfibieën zijn koudbloedige dieren. Hun lichaamstemperatuur volgt die van de omgeving.

Daarom zoeken ze in de winter bescherming tegen de vorst. Ze kruipen in de modderbodem van de vijver, onder boomstronken of in composthopen. Een diepe vijver met een bodem van bladeren en modder is cruciaal voor hun overleving. De temperatuur blijft daar stabiel en koel, onder de 6°C.

Hun levenscyclus is verbonden aan water en land. Ze broeden in het water, maar jagen en leven het grootste deel van het jaar op het land.

Een voedselbos is perfect voor ze, zeker als je ook kiest voor de beste drachtplanten voor bijen. De boomstronken, de dikke laag bladval en de vochtige schaduwplekken bieden alles wat ze nodig hebben.

Ze zijn 's nachts actief en slapen overdag. Een stapel takken of een stuk schors is een ideale slaapplaats. Ze zijn enorm belangrijk voor de bestrijding van plaagdieren.

Een volwassen kikker eet tientallen muggen, vliegen en slakken per dag. Padden zijn experts in het opzuigen van slakken die je moestuin aantasten.

Door ze een plek te geven, bespaar je jezelf een hoop werk en chemische bestrijdingsmiddelen. Het is een pure win-winsituatie.

Padden, kikkers en salamanders in de vijver krijgen

Het belangrijkste is geduld. Het kan een paar jaar duren voordat een populatie echt op gang komt.

De beste manier om ze te lokken is door de omstandigheden perfect te maken. Zorg voor een vijver met zachte randen, veel planten en geen vissen. Als je in de buurt van een sloot of bos woont, zullen ze vanzelf de weg naar jouw tuin vinden. Een oude truc is het meenemen van een kleine hoeveelheid kikkerdril uit een nabijgelegen sloot.

Doe dit in het voorjaar in je vijver. De larven zullen zich daar ontwikkelen.

Als ze uitgroeien tot kikkers, zien ze jouw vijver als hun thuisbasis en keren ze terug om te paaien.

Doe dit wel met mate en alleen in je eigen regio, om soorten niet te verspreiden. Investeer in een amfibieënhuisje of een paddenoverzet. Een paddenoverzet is een scherm dat je langs de sloot of de weg plaatst om padden te weren van gevaarlijke verkeerssituaties.

Een amfibieënhuisje is een klein kunststof of houten huisje dat je in de grond graaft. Het biedt een schuilplaats.

Een simpele stapel stenen of een boomstronk werkt echter net zo goed en is vaak goedkoper (€0 - €15). Denk na over de locatie. Leg je vijver aan de noord- of westkant van je tuin, waar de zon minder fel is en het water koeler blijft.

Aan de zuid- en oostkant mag het dieper en warmer zijn. Dit creëert verschillende microklimaten waardoor je meer soorten aantrekt.

Zoek je plek uit, graaf uit en geniet van het leven dat ontstaat. Trek meer vogels naar je voedselbos en het zal je dankbaar zijn.


Eva van der Linden
Eva van der Linden
Voedselbos-ontwerper en ecologisch tuinierder

Eva ontwerpt al meer dan tien jaar voedselbossen en beheert een proefperceel in de Gelderse vallei. Ze beschrijft de planten en dieren die ze er daadwerkelijk aantreft, zonder poespas.

✓ Geverifieerd auteur ✓ Voedselbosbouw, permacultuur en wilde planten
Eva van der Linden
Eva van der Linden
Voedselbos-ontwerper en ecologisch tuinierder

Eva ontwerpt al meer dan tien jaar voedselbossen en beheert een proefperceel in de Gelderse vallei. Ze beschrijft de planten en dieren die ze er daadwerkelijk aantreft, zonder poespas.

Meer over Dieren en Biodiversiteit

Bekijk alle 50 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Hoe trek je meer vogels naar je voedselbos?
Lees verder →