Bodemgezondheid en Compostering

Wat te doen bij een overschot aan fosfaat in de bodem?

Eva van der Linden Eva van der Linden
· · 7 min leestijd

Stel je voor: je bent in je voedselbos of permacultuurtuin en je bodemtest laat een overschot aan fosfaat zien. Paniek? Nee hoor.

Inhoudsopgave
  1. Verdeling fosfaatruimte over gewassen en percelen
  2. Tijdstip van bemesting en plaatsing van de meststof
  3. Fosfaatrijenbemesting
  4. Fosfor in bodem en water
  5. Fosfor in slootwater
  6. Tips voor fosfaatbemesting
  7. Zuurgraad van de bodem (pH)

Fosfaat is een waardevolle voedingsstof, maar te veel van het goede kan problemen geven. Het belemmert de opname van andere mineralen en kan zelfs het bodemleven verstoren.

In een natuurlijk systeem zoals een voedselbos wil je balans, geen extreme pieken. Gelukkig zijn er slimme, natuurvriendelijke manieren om dit op te lossen zonder direct naar de chemische fabriek te grijpen. We gaan aan de slag met de bodem, de planten en een gezonde dosis logica.

Verdeling fosfaatruimte over gewassen en percelen

In een permacultuur systeem denk je in zones. Zone 1, dicht bij huis, heeft vaak rijkere grond dan Zone 4 of 5, verder weg.

Een overschot aan fosfaat betekent niet dat je overal moet stoppen met voeden; het betekent dat je slimmer gaat verdelen. Kijk naar je Pw-waarde (fosfaat in water) per perceel. Heb je peren- of appelsboomgaard met een hoge Pw?

Geef dan geen extra fosfaat aan de randen waar je groenten verbouwt, maar juist wel aan de fruitbomen die net geplant zijn en wortelgroei nodig hebben. Gebruik de ruimte in je voedselbos strategisch.

Plant fosfaatminnende gewassen zoals aardappels of boerenkool op de plekken met de hoogste Pw-waarde.

Dit haalt het overtollige fosfaat op en zet het om in voedsel. De lichtere grond in de voortuin of langs de border kan zonder extra fosfaat. Zo verspreid je de belasting en voorkom je dat één plek overbelast raakt. Denk aan een soort rotatie, maar dan op basis van fosfaatbehoeften in plaats van alleen gewasfamilies.

Tijdstip van bemesting en plaatsing van de meststof

Timing is alles. In de natuur gebeurt alles in cycli, en dat geldt ook voor fosfaat.

Bemest fosfaat in het voorjaar, vóór grondbewerking. Stop de meststof op 6 tot 8 centimeter diepte. Te diep (meer dan 8 cm) is zonde; de wortels kunnen er niet bij.

Te oppervlakkig (minder dan 4 cm) spoelt het weg bij de eerste regenbui.

In een voedselbos met vaste planten en bomen werk je de meststof licht in de bodemlaag in, zodat regenwormen en schimmels het langzaam verwerken. Droogte is een echte spelbreker. Als de grond kurkdroog is, heeft extra fosfaat geen zin; de plant kan het niet opnemen.

Wacht met bemesten tot de bodem vochtig is, of geef direct water bij de toediening. In de nazomer fosfaat geven is een fout; de beschikbaarheid loopt dan achteruit en je verspilt geld.

Voor fruitbomen en struiken die in rust gaan, is najaarsbemesting met fosfaat zelfs schadelijk.

Beter is het om in het vroege voorjaar te bemesten, net voor de groei begint.

Fosfaatrijenbemesting

Rijenbemesting is een gouden tip voor permacultuur tuinen en voedselbossen. In plaats van over het hele veld te strooien, leg je de meststof in een rij vlak bij de plant.

Dit verlaagt de fosfaatgift met 25 tot 50 procent zonder opbrengstderving. Ideaal voor aardappelen, uien en bladgroenten in je voedselbos. Bij fruitbomen kun je een ring rond de stam aanbrengen, net buiten de druppelzone.

Zo blijft de meststof beschikbaar waar de wortels actief zijn. De werking-coëfficiënt verdubbelt bij rijenbemesting ten opzichte van volvelds.

Dat betekent dat je met de helft van de dosis hetzelfde resultaat bereikt.

Gebruik een mestscheiding: dikke fractie voor aardappels en fruitbomen, dunne fractie voor granen of dekplanten. In een permacultuur systeem met vaste beplanting is deze precisie heel goed toe te passen. Je voorkomt dat fosfaat vast komt te zitten in de bodem en verhoogt de efficiëntie enorm.

Fosfor in bodem en water

Fosfaat bindt sterk aan bodemdeeltjes. Het spoelt traag uit naar diepere lagen, maar het blijft wel aanwezig. In de bovenste bodemlaag is de fosforconcentratie vaak hoger, vooral bij ondiep grondwater zoals op klei of veen.

In een voedselbos op kleigrond zie je dat fosfaat langer beschikbaar blijft, maar ook sneller vast komt te zitten, mede door de invloed van bodemtemperatuur op de opname van voedingsstoffen.

Op zandgrond is de binding minder sterk, maar het risico op uitspoeling groter bij hevige regen. De waterbodem werkt als buffer.

Bij veranderingen in de chemie, zoals een toename van sulfaat uit kwel, kan fosfor vrijkomen. Dat is handig voor planten, maar kan ook leiden tot hogere fosforconcentraties in het slootwater. In een permacultuur systeem met vijvers of sloten is het zaak om deze buffering in de gaten te houden. Gebruik natuurlijke buffers zoals riet of helofytenfilters om fosfor op te vangen voordat het het water in gaat.

Fosfor in slootwater

Oppervlakkige afspoeling en drainage zijn belangrijke routes naar slootwater. In een voedselbos met veel open grond kan regen fosfaat meenemen naar de sloot. Behandel je bodem met respect en voorkom dit door bodembedekkers te planten die de grond beschermen en fosfaat opnemen.

Denk aan klaver, wikke of smeerwortel. Deze planten houden de bodem vast en voorkomen erosie.

Bovendien leveren ze stikstof en organisch materiaal, wat de bodemstructuur verbetert. In slootwater kan fosfor leiden tot algenbloei en zuurstoftekort.

Als je een vijver of sloot in je permacultuur systeem hebt, zorg dan voor een goede bufferzone. Plant riet of andere waterplanten langs de oevers. Dit vangt fosfaat op en voorkomt dat het in open water terechtkomt.

Ook helpt het om drainage te beperken; te veel drainage spoelt fosfaat weg.

Een lage grondwaterstand verhoogt de fosforconcentratie in de bodem; check daarom de infiltratiecapaciteit van je bodem en pas op met diepe drainage.

Tips voor fosfaatbemesting

Wil je direct aan de slag? Hier zijn praktische tips die goed werken in een voedselbos of permacultuur tuin: Een handige vuistregel is om fosfaat te geven wanneer de plant het nodig heeft, niet wanneer het uitkomt.

In een voedselbos betekent dit dat je jonge bomen en struiken in het voorjaar extra aandacht geeft, terwijl volwassen bomen minder nodig hebben.

  • Bemest fosfaat in het voorjaar, vóór grondbewerking op 6-8 cm diepte.
  • Pas rijenbemesting toe bij aardappelen, uien en bladgroenten.
  • Geef fosfaatbehoeftige gewassen (aardappel) voorrang bij lage Pw (<35-40).
  • Gebruik mestscheiding: dikke fractie voor aardappelen, dunne voor granen.
  • Voeg humuszuren toe om plantbeschikbaarheid te verbeteren.
  • Pas op met bemesting vóór ploegen (te diep) of na poten bij droogte.

Landbouwkundig optimaal omgaan met fosfaat

Gebruik organische fosfaatbronnen zoals beendermeel of vleesmeel. Deze geven langzaam fosfaat af en verbeteren de bodemstructuur.

Beendermeel kost ongeveer €2-3 per kilo en is zuinig in gebruik. Voor een volwassen fruitboom heb je 1-2 kilo nodig, verspreid over de groeiperiode. Combineer fosfaat met compost en mulch.

Compost levert organisch materiaal en verbetert de bodemstructuur, waardoor fosfaat beter beschikbaar blijft.

Mulch beschermt de bodem tegen uitdroging en erosie. In een permacultuur systeem is deze combinatie krachtiger dan alleen fosfaat. Test regelmatig je bodem om de fosfaatstatus te monitoren. In Nederland zijn fosfaatnormen en derogatie van toepassing; houd rekening met de Pw-waarden en volg het Handboek Bodem en Bemesting voor advies.

Zuurgraad van de bodem (pH)

De pH van de bodem beïnvloedt fosfaatbeschikbaarheid sterk. Een te lage pH (zuur) bindt fosfaat vast, terwijl een te hoge pH (alkalisch) de opname door planten belemmert.

In voedselbossen op zandgrond is de pH vaak laag; voeg kalk toe om de pH te verhogen naar 6,0-6,5.

Op klei- of veengrond kan de pH hoog zijn; hier helpt zwavel of organisch materiaal om de pH te verlagen. Meet de pH regelmatig met een eenvoudige bodemtestkit, verkrijgbaar bij tuincentra voor €10-15. Een gezonde pH bevordert niet alleen fosfaatopname, maar ook het bodemleven.

Regenwormen en schimmels werken beter bij een neutrale pH. In een permacultuur systeem met fruitbomen en vaste planten is een stabiele pH essentieel voor gezonde groei.

Pas je bemesting aan op de pH: bij lage pH gebruik je kalk, bij hoge pH gebruik je zwavel of compost. Zo houd je de bodem in balans en voorkom je fosfaatproblemen. Met deze aanpak transformeer je een overschot aan fosfaat van een probleem naar een kans. Je bodem wordt gezonder, je planten groeien beter en je voedselbos floreert.

Blijf experimenteren, observeer en pas aan. Dat is de essentie van permacultuur: werken met de natuur, niet ertegen.


Eva van der Linden
Eva van der Linden
Voedselbos-ontwerper en ecologisch tuinierder

Eva ontwerpt al meer dan tien jaar voedselbossen en beheert een proefperceel in de Gelderse vallei. Ze beschrijft de planten en dieren die ze er daadwerkelijk aantreft, zonder poespas.

✓ Geverifieerd auteur ✓ Voedselbosbouw, permacultuur en wilde planten
Eva van der Linden
Eva van der Linden
Voedselbos-ontwerper en ecologisch tuinierder

Eva ontwerpt al meer dan tien jaar voedselbossen en beheert een proefperceel in de Gelderse vallei. Ze beschrijft de planten en dieren die ze er daadwerkelijk aantreft, zonder poespas.

Meer over Bodemgezondheid en Compostering

Bekijk alle 50 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Bodemtest zelf doen: De handleiding voor voedselboseigenaren
Lees verder →