Wat is een dierenmonocultuur eigenlijk?
Een dierenmonocultuur betekent simpelweg dat je maar één soort dier houdt op een stuk grond. Denk aan 50 kippen en verder niets.
▶Inhoudsopgave
Geen eenden, geen ganzen, geen varkens of schapen. In de reguliere landbouw is dit normaal: duizenden kippen in een schuur, kilometers verderop duizenden koeien. Separatie.
In de natuur werkt het anders. Daar zie je altijd combinaties. Dieren vullen elkaar aan.
Ze gebruiken elkaars favoriete plekjes, eten elkaars eten niet op (soms wel, maar dat hoort erbij) en helpen elkaar met het bestrijden van plagen. In je voedselbos wil je die natuurlijke balans nabootsen.
Een kip is een geweldig dier. Eet insecten, mest de grond, maakt compost. Maar een kip is niet een varken. En een gans is niet een kip.
Door ze samen te laten werken, creëer je een systeem dat bijna vanzelf loopt.
Door ze te scheiden, leg je alles op de schouders van één soort. En dat is waar de problemen beginnen.
De kippen drukken de boel plat
Kippen zijn druk. Echt druk. Ze scharrelen, woelen, krabben en pikken. Doe je 50 kippen in een stukje voedselbos van 1000 vierkante meter, dan veranderen die plek in een maanlandschap.
Ze zoeken naar slakken en wormen, en daarbij vernietigen ze de bodemstructuur die je zo zorgvuldig hebt opgebouwd.
Ze eten de jonge zaailingen van je bomen op. Ze schuilen onder de struiken en knagen aan de bast.
Als je alleen kippen hebt, is er niets anders dat dit tegengaat. Geen dier dat zegt: "laat die plek even met rust". De kippen concentreren zich op hun favoriete hoekjes en die worden kaalgevreten. De bodem verdicht.
Regenwater loopt niet meer goed weg. Je krijgt plassen en modder.
Je bomen groeien minder goed. En jij? Jij bent constant bezig met het repareren van schade in plaats van te genieten. Kippen zijn insecteneters en grondbewerkers. Ze zoeken in de bovenste laag.
Waarom variatie in dieet en gedrag cruciaal is
Een gans is een grassnijder. Die lust wel wat blad van je fruitbomen als hij erbij kan.
Een varken is een graver. Die wortelt de grond om.
Als je al die dieren apart houdt, mis je die gelaagdheid. Je gebruikt maar één laag van het ecosysteem. Stel je voor: je hebt kippen.
Ze eten de rupsen van je fruitbomen. Top. Maar ze laten de mieren met rust. En die mieren verspreiden bladluizen.
Zonder andere dieren die de mieren lastigvallen, krijg je een luizenplaag. Als je ook hoenderachtigen had die hoger in de struiken zitten, of eenden die langs de waterkant de mierenlarven eten, was dat voorkomen.
Nu ben je de heldhaftige bestrijder met een spuitbus. En dat is nou net wat we in een voedselbos niet willen.
De bodem: je grootste bezit raakt uit balans
Een voedselbos leeft van de bodem. Die bodem is een gigantisch netwerk van schimmels, bacteriën, wormen en andere kleine beestjes.
Kippen zijn dol op wormen. Als je ze onbeperkt laat scharrelen, halen ze de wormenpopulatie leeg. Wormen zorgen voor structuur, lucht en vocht in de bodem.
Zonder wormen wordt je bodem dicht en levenloos. Je mest ook anders.
Alleen kippenmest is heel rijk aan stikstof. Te veel stikstof op één plek verbrandt je planten. Als je andere dieren had gehad, zoals schapen die gras eten, had je mest met andere verhoudingen.
Plagen en ziekten: het gemis van natuurlijke vijanden
De combinatie zorgt voor een evenwichtige voeding voor je bomen. Nu krijgen je bomen een te snelle groeispurt die ze niet kunnen bijhouden, met zwakke takken en minder vruchtvorming tot gevolg.
Een monocultuur is een paradijs voor specifieke plagen. Stel je hebt kippen en die krijgen te maken met een mijt die in hun veren leeft.
Als er ganzen of eenden tussenlopen, storen ze de kippen en waarschuwen ze voor gevaar. De afwisseling breekt de cyclus van parasieten. Door ze te mengen, zorg je dat parasieten zich niet zo makkelijk verspreiden. In je voedselbos wil je juist dat de dieren gezond blijven zonder dat je elke week naar de dierenarts rent.
Een mix van soorten zorgt voor een sterker immuunsysteem. Ze houden elkaar scherp.
Een kip die alleen is, wordt vaak minder alert. Een groep kippen met andere soorten erbij is socialer en gezonder. Dat merk je aan de eieren. En aan de rust in je bos.
De kosten van een monocultuur: tijd en geld
Je zou denken: één diersoort is goedkoper. Je koopt één soort voer, één soort huisvesting.
In de praktijk van een voedselbos werkt dat averechts. Je betaalt voor reparatie.
Je moet compost kopen omdat je eigen bodem is uitgeput. Je moet gaas vervangen omdat kippen overal doorheen pikken op zoek naar beter groen. Je bent tijd kwijt aan het constant verplaatsen van rennen om kale plekken te voorkomen.
Een gemiddelde pluimveehouderij kost je al snel €2000 tot €5000 in aanschaf en inrichting voor een redelijke groep kippen (denk aan een mobiele ren en een goed nachthok). Als je daarnaast nog moet investeren in bodemherstel (€500-€1000 aan compost en zaden) omdat je bodem kapot is gemaakt, ben je duurder uit dan wanneer je meteen een mix had genomen die elkaar ondersteunt. Laten we het over geld hebben. Een goed begin is het halve werk.
Prijsindicaties voor een gebalanceerd systeem
Een groep van 20 kippen kost ongeveer €300-€500. Een simpele, verrijkbare ren van gaas en palen: €400.
Nu komt de mix. Voeg 4 eenden toe (€50 per stuk) en 2 ganzen (€60 per stuk).
Hun huisvesting deel je vaak, of je bouwt een simpele schuur van €300. De totale investering ligt dan rond de €1500. Waarom is dat beter?
De eenden houden de slakkenpopulatie laag bij je groenten. Samen met amfibieën in de vochtige delen maaien de ganzen het gras tussen je fruitbomen.
De kippen fungeren als mobiele mestfabrieken en pikken de vliegenlarven op. Je bespaart op bestrijdingsmiddelen en maaiwerk. De totale onderhoudstijd daalt. Je investeert in een systeem dat werkt, in plaats van in een systeem dat je constant moet repareren.
Hoe je het slim oplost: stappenplan voor een mix
Gelukkig hoef je niet meteen een boerderij te starten. Begin klein. Denk na over de functie van elk dier in jouw specifieke stukje bos. Wat mis je? Wie eet wat?
- Kies je hoofdrolspeler: Waarschijnlijk kippen. Begin hiermee, maar beperk het aantal. 10 kippen op 2000m2 is al genoeg voor controle, niet voor overbevolking.
- Voeg een helper toe: Denk aan eenden. Ze zijn geweldig in waterpartijen (als je die hebt) en eten slakken. Ze zijn rustiger dan kippen. Kosten: ongeveer €50 per stuk.
- Denk aan de grond: Wil je grond omwoelen? Overweeg een klein varken of specifieke hoenderrassen die minder graven. Of gebruik schapen voor het maaien van open stukken (kosten: €150-€200 per schaap).
- Zorg voor schuilmogelijkheden: Elk dier heeft zijn eigen schuilplek nodig. Kippen klimmen, eenden zoeken dekking laag. Zorg dat ze elkaars stress niet verhogen.
Wie maakt waar schoon? Tip: Kijk naar rassen. Niet elke kip is hetzelfde.
Een Leghorn is een machine op poten, maar vernietigt alles. Een Australorp of een Wyandotte is rustiger en blijft meer in de groep.
Praktische tips om te beginnen
Kies rassen die passen bij jouw bos. Doe het rustig aan. Begin niet meteen met 50 dieren. Elk dier moet wennen aan de plek.
Laat ze wennen aan elkaar. Zorg dat je schutting stevig is. Niets is frustrerender dan een kip die constant ontsnapt omdat hij de buurman zijn moestuin interessant vindt.
Zorg voor verrijking. Hang speeltjes op voor de kippen, zodat ze niet je kalebasplanten slopen. Maak modderpoelen voor de eenden. Zorg voor schaduwplekken voor de ganzen. Geef ze de ruimte om hun natuurlijke gedrag te vertonen. Als je dat doet, hoef je niet in te grijpen. Dan word je voedselbos vanzelf een plek waar dieren en planten samen floreren. En dat is wat je wil, toch? Een plek die leeft. Zonder constante strijd.